loading...

Artikel | Terugblik

Workshop werken aan LNG en CNG voertuigen

Op 11 december vond de workshop over het werken aan LNG en CNG voertuigen, georganiseerd in samenwerking met RAI CarrosserieNL, bij Iveco Nederland in Andelst plaats.

30 personen uit de branche kwamen bij elkaar om meer te weten over het werken aan voertuigen die op LNG of CNG rijden.

Elske van de Fliert (Zero-e), Gert-Jan RAP (RAP Clean Vehicle) en Kees Oostveen (Iveco Benelux) namen de deelnemers mee in de materie die hoort bij het werken aan deze voertuigen.

Zowel het voertuig als ook de werkplaats kwamen aan de orde. Want dat deze wagens anders zijn dan diesel voertuigen is wel duidelijk. Maar gelukkig zijn ze niet eng en ook niet gevaarlijk als je weet wat je doet.

Elske van de Fliert van Zero-e begon de workshop met het toelichten wat CNG en LNG precies is. Beide bestaan uit aardgas maar er zijn wel verschillen. Zo is bij CNG het (bio)gas gecomprimeerd en bij LNG is het vloeibaar gemaakt. Een bekender gasvormige brandstof is LPG, maar dit bestaat uit propaan en butaan terwijl aardgas uit methaan bestaat. LPG is zwaarder dan de lucht dus dat zakt naar beneden wanneer het vrij komt, het methaan in CNG en LNG is lichter en stijgt dus op, iets om rekening mee te houden.

In Nederland zijn er ongeveer 3.100 bestelwagens op CNG en 500 vrachtwagens en 650 bussen op CNG. Het aantal vrachtwagens op LNG is beperkt. Maar dat dit aantal zal gaan groeien is wel duidelijk, in andere landen is het aantal al groter. Zo rijdt 80% van de vrachtwagens in Pakistan op CNG. Grote voordelen van deze brandstoffen is dat er veel minder fijnstof , NOx en CO2 uitgestoten wordt. Hiermee wordt de luchtkwaliteit verbeterd en heeft het minder invloed op het klimaat. Daar staat tegenover dat de aanschafwaarde van dergelijke voertuigen soms aanzienlijk hoger ligt en de actieradius kleiner is. Waarbij de actieradius van LNG voertuigen groter is dan van CNG voertuigen.

De actieradius ten opzicht van diesel is:
100 l diesel is 300 km (voorbeeld)
100 l LNG is 180 km
100 l CNG is 55 km

Om net als met 100 liter diesel 300 km te kunnen rijden is er 165 liter LNG nodig en 550 liter CNG.

Dat LNG nog niet veel toegepast wordt heeft te maken met het beschikbaar zijn van tankstations. Maar het aantal LNG stations neemt nu gestaag toe en daardoor is de verwachting dat er nu ook meer wagens op LNG komen.

CNG

Gert-Jan Rap van RAP Clean Vehicle Technology licht toe dat CNG wordt samengeperst op 200 bar bij 15°C. Het LNG wordt gemaakt door het gas af te koelen tot ongeveer -120 a -140 °C. Door het af te koelen wordt het gas vloeibaar.
Omdat bij CNG het samengeperst wordt, kan het bij verkeerd demonteren van leidingen het gas er onder druk makkelijk uitspuiten, de leidingen zullen net als een tuinslang gaan bewegen.

Voor het tanken van CNG of LNG bestaan er twee soorten aansluitingen, de NGV1 voor personenwagens en NGV2 voor vrachtwagens. In deze aansluiting zit een terugslag klep die voorkomt dat het gas terugstroomt. Vanwege vuil kan deze terugslagklep defect raken, het dicht draaien van de handkraan op de tank is daarom ook erg belangrijk wanneer aan een dergelijk voertuigen gewerkt gaat worden of geparkeerd staat.

Bij CNG geeft de manometer in het CNG systeem de druk in het systeem aan. Aan de hand van deze manometer kan bepaald worden hoe vol de tank zit.

Voor CNG kunnen 4 soorten tanks gebruikt worden, de tank die helemaal van staal is, deze weegt ongeveer 1kg per liter tank inhoud. Tot aan tanks die helemaal van composiet zijn en nog maar 25% van het gewicht van de stalen tank wegen maar 2 a 3 keer zo duur zijn. Deze tanks worden in speciale beugels gemonteerd. Tussen de tank en de beugel zit een rubber om het uitzetten van de tank op te vangen. Voor elk type tank kan een eigen rubber soort voorgeschreven zijn wat ook weer aangebracht moet worden. Hierbij moet het voorgeschreven aanhaalmoment gebruikt.
Komt het voertuig in de werkplaats dan moet de tank afgesloten worden, dit kan door de afsluiter op de tank. Door hierna de motor te laten draaien kan het systeem drukloos gemaakt worden. Het systeem is dan nog niet volledig drukloos, maar welk sterk gereduceerd. Ook is het systeem uitgerust met een doorstroomregelaar, deze stopt de toevoer van gas bij een storing. In geval van een brand zal de smeltveiligheid van het systeem bij 110 °C er voor zorgen dat het gas in enkele minuten afgeblazen zal worden. Een steekvlam kan hierdoor ontstaan maar een explosie wordt voorkomen.

In het systeem zitten de leidingen vast gemaakt met koppelingen, meestal zijn de leidingen en koppelingen van RVS. Dit zijn andere koppelingen dan bij bijvoorbeeld hydrauliek. Bij het CNG systeem mogen snijringen niet gebruikt worden en mogen geen koppelingen van twee verschillende merken gebruikt worden.
Omdat om de vier jaar het systeem gecertificeerd moet worden, is het raadzaam om bij de opbouw het systeem toegankelijk te houden en het systeem niet mee te spuiten in de kleur van bijvoorbeeld het chassis.

LNG

Om het vloeibare gas op een lage temperatuur te houden is de tank van het LNG systeem geïsoleerd. Wordt de tank en daarmee het gas warmer dan zal het gas afgeblazen worden. Hierbij geldt dat hoe leger de tank is hoe sneller deze opwarmt. De tank is van RVS en daar zitten ook appendages in waar je bij moet komen dus let op met opbouwen!
De voor LNG aangepaste motor kan niet direct op het koude LNG vloeistof draaien. Daarom wordt de vloeistof eerst opgewarmd door een verdamper. In deze verdamper zit koelvloeistof die tot -36°C kan. Het bijvullen van een LNG systeem met water is daarom ook verboden.

Bij LNG geeft de manometer in het systeem ook de druk in de tank aan maar, anders dan bij CNG, is hier niet aan af te leiden hoe vol de tank zit. Daar is een aparte inhoudsmeter voor.
Als stelregel kan gehanteerd worden dat bij 7 bar en een volle tank het systeem pas na 5 dagen gaat afblazen. Is de tank echter bijna leeg, dan kan dit al veel sneller zijn, soms zelfs al na enkele uren. Goed de manometer in de gaten houden is belangrijk.

Omdat het LNG koud is, kan dit koude brandplekken veroorzaken wanneer het gas op je huid komt. Ook de leidingen zijn koud. Het dragen van geïsoleerde handschoenen kan daarom noodzakelijk zijn.

Tips

Een aantal tips die voor zowel CNG en LNG voertuigen van toepassing zijn:
Verwijder de componenten van het CNG of LNG systeem als er in de buurt gelast of geslepen wordt. Afschermen is ook een mogelijkheid. Dit is nodig omdat het materiaal van het systeem door de lasspetters e.d. beschadigen en kan gaan roesten. Wanneer bij de hercertificering een beschadiging is ontstaan door de opgetreden corrosie die groter is dan 0,25 mm dan moet het betreffende component vervangen worden.

Systeemdelen niet spuiten, wanneer het systeem gespoten wordt zijn de verschillende onderdelen niet meer te onderscheiden en te beoordelen.
Ook kan niet water gedragen lak zich in composieten delen vreten.

Bij het spuiten van een voertuig die op CNG rijdt de spuitcabine niet warmer zetten dan 55°C, Wanneer de cabine warmer staat is het mogelijk dat de smeltveiligheid open gaat en het gas afgeblazen gaat worden.

De uitlaatgassen van de CNG en LNG voertuigen zijn ongeveer 700°C terwijl de uitlaatgassen van een diesel motor ongeveer 400°C bedragen. Hier moet bij het maken van de opbouw rekening mee gehouden worden. Gert-Jan Rap gaf aan dat hij voorbeelden gezien heeft van voertuigen waar delen van gesmolten waren door deze uitlaatgassen.

Werkplaats

Nadat Gert-Jan meer verteld had over de techniek ging Elske verder met de werkplaats. Zeker omdat de voertuigen gas kunnen afblazen, zijn er risico’s want dit gas kan exploderen wanneer er 5% aardgas in de lucht zit. Bij CNG wordt geurstof toegevoegd zodat je het op kunt merken, dit is hetzelfde gas als waar op gekookt wordt, dit is bij LNG niet het geval.

De wetgeving over de eisen voor de werkplaats waar gewerkt wordt aan CNG en LNG voertuigen laat te wensen over. In de PGS26 (Publicatiereeks gevaarlijke stoffen) wordt wel een en ander beschreven maar dit is niet concreet. Met de herziening die er aan zit te komen moet dit verholpen zijn. Omdat de onderneming wel een veilige situatie moet creëren voor de omgeving kan de milieuambtenaar regels opleggen, beter is om zelf maatregelen te nemen.
Hiervoor kan het volgende stappenplan gebruikt worden.

  1. toetsen van de huidige situatie naar de PSG 26
  2. goede werkvoorschriften maken en ventilatie en detectie aanbrengen
    In de werkvoorschriften wordt bijvoorbeeld beschreven waar een voertuig moet staan, dat de kranen dicht gedraaid worden e.d. Wanneer detectie aangebracht is, is bekend wanneer er gas afgeblazen is en de explosie vrije ventilatie aan moet gaan.
  3. derden informeren te denken valt aan de gemeente, verzekering en arbo dienst.
  4. medewerkers trainen. Medewerkers kunnen de CNG basistraining volgen of de opleiding tot CNG technicus. De werkvoorschriften moeten aan het personeel uitgelegd worden en vergeet hierbij de BHV-er niet.
  5. archiveren van alle acties e.d.

Hoeveel ventilatie nodig is, hoe de werkvoorschriften er uit moeten zien e.d. is allemaal bedrijfs(gebouw) afhankelijk, maatwerk is hierbij nodig.

Zowel Elske van de Fliert als Gert-Jan Rap kunnen hierbij ondersteuning bieden.

Kortom een leerzame workshop voor de aanwezigen waarvan een heel aantal aangaven klanten te hebben die deze brandstoffen al toepassen of overwegen.

Bekijk andere

Artikelen

Workshop ‘De carrosseriebouw in 2025’ heeft effect op toekomststrategie deelnemers

Na afloop van de bijeenkomst trok het overgrote deel van de deelnemers de conclusie dat wat ze gezien en gehoord hadden enige mate van…

Meer lezen

Kennisavond 5 november

OOC organiseert samen met VOC regelmatig kennisavonden. Deze kennisavond is georganiseerd in samenwerking met MBO Rijnland.

Meer lezen

Kennisavond interactief 22 november

Ongeveer 30 deelnemers waren te gast bij het Deltion College in Zwolle tijdens de kennisavond interactief.

Meer lezen
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief